Tabel met technische gegevens voor VKM-GB

VKM50GBV1 VKM80GBV1 VKM100GBV1
Aandeel verse lucht Koelen kW 4.71 (1), 1.91 (2), 3.5 (3) 7.46 (1), 2.96 (2), 5.6 (3) 9.12 (1), 3.52 (2), 7.0 (3)
  Verwarmen kW 5.58 (1), 2.38 (2), 3.5 (3) 8.79 (1), 3.79 (2), 5.6 (3) 10.69 (1), 4.39 (2), 7.0 (3)
Opgenomen vermogen Warmtewisselingsmode Nom. Ultrahoog kW 0.270 0.330 0.410
  Bypass-mode Nom. Ultrahoog kW 0.270 0.330 0.410
Casing Material   Gegalvaniseerde staalplaat Gegalvaniseerde staalplaat Gegalvaniseerde staalplaat
Afmetingen Unit H mm 387 387 387
    B mm 1,764 1,764 1,764
    D mm 832 1,214 1,214
Gewicht Unit kg 94 110 112
Fan External static pressure - 50Hz Ultra high Pa 210 210 150
Geluidsdrukniveau op 1 m - 50Hz Warmtewisselingsmode Ultrahoog dB(A) 39 41.5 41
  Bypass-mode Ultrahoog dB(A) 40 41.5 41
Koelleidingmaten Liquid Type   C1220T (flensverbinding) C1220T (flensverbinding) C1220T (flensverbinding)
    mm 6.35 6.35 6.35
  Gas Type   C1220T (flensverbinding) C1220T (flensverbinding) C1220T (flensverbinding)
    mm 12.7 12.7 12.7
  Afvoer   PT3/4 buitenschroefdraad PT3/4 buitenschroefdraad PT3/4 buitenschroefdraad
Koudemiddel Regeling   Elektronische expansieklep Elektronische expansieklep Elektronische expansieklep
  Type   R-410A R-410A R-410A
  GWP   2,087.5 2,087.5 2,087.5
Warmtewisselingssysteem Totale warmtewisselaar met lucht-luchtventilatie (voelbare + latente warmte) van het dwarsstroomtype Totale warmtewisselaar met lucht-luchtventilatie (voelbare + latente warmte) van het dwarsstroomtype Totale warmtewisselaar met lucht-luchtventilatie (voelbare + latente warmte) van het dwarsstroomtype
Warmtewisselingselement Speciaal bewerkt onontvlambaar papier Speciaal bewerkt onontvlambaar papier Speciaal bewerkt onontvlambaar papier
Aansluiting kanaaldiameter mm 200 250 250
Bedrijfsmode Warmtewisselingsmodus, Bypass-Modus, Verfrissingsmodus Warmtewisselingsmodus, Bypass-Modus, Verfrissingsmodus Warmtewisselingsmodus, Bypass-Modus, Verfrissingsmodus
Spanningsvorm Naam   V1 V1 V1
  Fase   1~ 1~ 1~
  Frequentie Hz 50 50 50
  Spanning V 220-240 220-240 220-240
Opmerkingen (1) - De koel- en verwarmingscapaciteiten zijn gebaseerd op de volgende omstandigheden. De ventilatie is gebaseerd op "Hoog" en "Extra hoog". (1) - De koel- en verwarmingscapaciteiten zijn gebaseerd op de volgende omstandigheden. De ventilatie is gebaseerd op "Hoog" en "Extra hoog". (1) - De koel- en verwarmingscapaciteiten zijn gebaseerd op de volgende omstandigheden. De ventilatie is gebaseerd op "Hoog" en "Extra hoog".
  (2) - Deze waarde geeft de warmte aan die wordt gerecupereerd uit de ventilator van de warmteterugwinning. (2) - Deze waarde geeft de warmte aan die wordt gerecupereerd uit de ventilator van de warmteterugwinning. (2) - Deze waarde geeft de warmte aan die wordt gerecupereerd uit de ventilator van de warmteterugwinning.
  (3) - Gebruik deze waarde om het vermogen als binnenunit te berekenen. (3) - Gebruik deze waarde om het vermogen als binnenunit te berekenen. (3) - Gebruik deze waarde om het vermogen als binnenunit te berekenen.
  (4) - Koelen: binnentemp. 27°CDB, 19°CWB; buitentemperatuur. 35°CDB (4) - Koelen: binnentemp. 27°CDB, 19°CWB; buitentemperatuur. 35°CDB (4) - Koelen: binnentemp. 27°CDB, 19°CWB; buitentemperatuur. 35°CDB
  (5) - Verwarmen: binnentemp. 20°CDB; buitentemp. 7°CDB, 6°CWB (5) - Verwarmen: binnentemp. 20°CDB; buitentemp. 7°CDB, 6°CWB (5) - Verwarmen: binnentemp. 20°CDB; buitentemp. 7°CDB, 6°CWB
  (6) - Het bedrijfsgeluid gemeten op 1,5 m onder het midden van de unit, wordt geconverteerd naar het geluid gemeten in een echoloze ruimte gebouwd volgens de JIS C1502-norm. (6) - Het bedrijfsgeluid gemeten op 1,5 m onder het midden van de unit, wordt geconverteerd naar het geluid gemeten in een echoloze ruimte gebouwd volgens de JIS C1502-norm. (6) - Het bedrijfsgeluid gemeten op 1,5 m onder het midden van de unit, wordt geconverteerd naar het geluid gemeten in een echoloze ruimte gebouwd volgens de JIS C1502-norm.
  (7) - Het werkelijke bedrijfsgeluid varieert afhankelijk van de omgevingsomstandigheden (geluid in de buurt van de werkende unit, weerkaatst geluid enz.) en is meestal hoger dan deze waarde. (7) - Het werkelijke bedrijfsgeluid varieert afhankelijk van de omgevingsomstandigheden (geluid in de buurt van de werkende unit, weerkaatst geluid enz.) en is meestal hoger dan deze waarde. (7) - Het werkelijke bedrijfsgeluid varieert afhankelijk van de omgevingsomstandigheden (geluid in de buurt van de werkende unit, weerkaatst geluid enz.) en is meestal hoger dan deze waarde.
  (8) - Bij installatie in een rustige kamer zijn er maatregelen nodig om de geluidsproductie te verlagen. Meer details vindt u in de technische gegevens. (8) - Bij installatie in een rustige kamer zijn er maatregelen nodig om de geluidsproductie te verlagen. Meer details vindt u in de technische gegevens. (8) - Bij installatie in een rustige kamer zijn er maatregelen nodig om de geluidsproductie te verlagen. Meer details vindt u in de technische gegevens.
  (9) - Het geluidsniveau bij de luchtuitblaaspoort is ongeveer 8-11 dB hoger dan het bedrijfsgeluid van de unit. Bij gebruik in een stille kamer moeten er maatregelen worden genomen om het geluidsniveau te verlagen, bijvoorbeeld de installatie van meer dan 2 m flexibel kanaal aan het uitblaasrooster. (9) - Het geluidsniveau bij de luchtuitblaaspoort is ongeveer 8-11 dB hoger dan het bedrijfsgeluid van de unit. Bij gebruik in een stille kamer moeten er maatregelen worden genomen om het geluidsniveau te verlagen, bijvoorbeeld de installatie van meer dan 2 m flexibel kanaal aan het uitblaasrooster. (9) - Het geluidsniveau bij de luchtuitblaaspoort is ongeveer 8-11 dB hoger dan het bedrijfsgeluid van de unit. Bij gebruik in een stille kamer moeten er maatregelen worden genomen om het geluidsniveau te verlagen, bijvoorbeeld de installatie van meer dan 2 m flexibel kanaal aan het uitblaasrooster.
  (10) - Het luchtdebiet kan worden omgeschakeld van Laag naar Hoog, en omgekeerd. (10) - Het luchtdebiet kan worden omgeschakeld van Laag naar Hoog, en omgekeerd. (10) - Het luchtdebiet kan worden omgeschakeld van Laag naar Hoog, en omgekeerd.
  (11) - Normale stroom, opgenomen vermogen en rendement hangen af van de andere voorwaarden. (11) - Normale stroom, opgenomen vermogen en rendement hangen af van de andere voorwaarden. (11) - Normale stroom, opgenomen vermogen en rendement hangen af van de andere voorwaarden.
  (12) - De specificaties, ontwerpwaarden en informatie in deze publicatie kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. (12) - De specificaties, ontwerpwaarden en informatie in deze publicatie kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. (12) - De specificaties, ontwerpwaarden en informatie in deze publicatie kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
  (13) - Het temperatuur warmteoverdrachtsrendement is een gemiddelde waarde voor koelen en verwarmen (13) - Het temperatuur warmteoverdrachtsrendement is een gemiddelde waarde voor koelen en verwarmen (13) - Het temperatuur warmteoverdrachtsrendement is een gemiddelde waarde voor koelen en verwarmen
  (14) - De efficiëntie wordt gemeten onder de volgende omstandigheden: verhouding van nominale externe statische druk werd als volgt gehouden: buitenzijde tot binnenzijde = 7 tot 1 (14) - De efficiëntie wordt gemeten onder de volgende omstandigheden: verhouding van nominale externe statische druk werd als volgt gehouden: buitenzijde tot binnenzijde = 7 tot 1 (14) - De efficiëntie wordt gemeten onder de volgende omstandigheden: verhouding van nominale externe statische druk werd als volgt gehouden: buitenzijde tot binnenzijde = 7 tot 1
  (15) - Tijdens het verwarmen vriest de spiraalslang van de buitenunit meer aan, waardoor het verwarmingsrendement daalt en het systeem overschakelt op ontdooien. (15) - Tijdens het verwarmen vriest de spiraalslang van de buitenunit meer aan, waardoor het verwarmingsrendement daalt en het systeem overschakelt op ontdooien. (15) - Tijdens het verwarmen vriest de spiraalslang van de buitenunit meer aan, waardoor het verwarmingsrendement daalt en het systeem overschakelt op ontdooien.
  (16) - Tijdens het ontdooibedrijf blijven de ventilatoren van de units draaien (fabrieksinstelling). Dit heeft als doel de ventilatie & bevochtiging op peil te houden. (16) - Tijdens het ontdooibedrijf blijven de ventilatoren van de units draaien (fabrieksinstelling). Dit heeft als doel de ventilatie & bevochtiging op peil te houden. (16) - Tijdens het ontdooibedrijf blijven de ventilatoren van de units draaien (fabrieksinstelling). Dit heeft als doel de ventilatie & bevochtiging op peil te houden.
  (17) - Bevat gefluoreerde broeikasgassen (17) - Bevat gefluoreerde broeikasgassen (17) - Bevat gefluoreerde broeikasgassen
  (17) - When connected to VRV heat recovery outdoor unit, bring the RA (exhaust gas intake) of this unit directly in from the ceiling, connect to BS unit identical to the VRV indoor unit (master unit), and use group-linked operation. See the engineering data for details. (17) - When connected to VRV heat recovery outdoor unit, bring the RA (exhaust gas intake) of this unit directly in from the ceiling, connect to BS unit identical to the VRV indoor unit (master unit), and use group-linked operation. See the engineering data for details. (17) - When connected to VRV heat recovery outdoor unit, bring the RA (exhaust gas intake) of this unit directly in from the ceiling, connect to BS unit identical to the VRV indoor unit (master unit), and use group-linked operation. See the engineering data for details.
  (18) - Wanneer de binnenunit rechtstreeks op het kanaal wordt aangesloten, moet hetzelfde systeem worden toegepast voor de binnen- en buitenunit. (18) - Wanneer de binnenunit rechtstreeks op het kanaal wordt aangesloten, moet hetzelfde systeem worden toegepast voor de binnen- en buitenunit. (18) - Wanneer de binnenunit rechtstreeks op het kanaal wordt aangesloten, moet hetzelfde systeem worden toegepast voor de binnen- en buitenunit.
  (19) - Stel de groepsgestuurde werking in en voer de instellingen voor de directe kanaalaansluiting via de afstandsbediening in. (Modus nr. ' 17 (27)' - eerste code nr. 5; tweede code nr. 6) (19) - Stel de groepsgestuurde werking in en voer de instellingen voor de directe kanaalaansluiting via de afstandsbediening in. (Modus nr. ' 17 (27)' - eerste code nr. 5; tweede code nr. 6) (19) - Stel de groepsgestuurde werking in en voer de instellingen voor de directe kanaalaansluiting via de afstandsbediening in. (Modus nr. ' 17 (27)' - eerste code nr. 5; tweede code nr. 6)
  (20) - Bovendien mag de aansluiting niet plaatsvinden op de uitlaatzijde van de binnenunit. Afhankelijk van de ventilatorkracht en de statische druk kan dat tot een tekort aan lucht leiden (20) - Bovendien mag de aansluiting niet plaatsvinden op de uitlaatzijde van de binnenunit. Afhankelijk van de ventilatorkracht en de statische druk kan dat tot een tekort aan lucht leiden (20) - Bovendien mag de aansluiting niet plaatsvinden op de uitlaatzijde van de binnenunit. Afhankelijk van de ventilatorkracht en de statische druk kan dat tot een tekort aan lucht leiden
  (21) - Spanningsbereik: de units zijn geschikt voor gebruik in elektrische systemen waar de spanning die over de aansluitklem van de unit wordt aangelegd binnen het opgegeven bereik ligt. (21) - Spanningsbereik: de units zijn geschikt voor gebruik in elektrische systemen waar de spanning die over de aansluitklem van de unit wordt aangelegd binnen het opgegeven bereik ligt. (21) - Spanningsbereik: de units zijn geschikt voor gebruik in elektrische systemen waar de spanning die over de aansluitklem van de unit wordt aangelegd binnen het opgegeven bereik ligt.
  (22) - De maximaal toegestane spanningsafwijking tussen de fasen bedraagt 2%. (22) - De maximaal toegestane spanningsafwijking tussen de fasen bedraagt 2%. (22) - De maximaal toegestane spanningsafwijking tussen de fasen bedraagt 2%.
  (23) - MCA / MFA : MCA = 1,25 x FLA (FM1) + FLA (FM2); MFA <= 4 x FLA; volgende lagere standaard zekeringsterkte: min. 15 A (23) - MCA / MFA : MCA = 1,25 x FLA (FM1) + FLA (FM2); MFA <= 4 x FLA; volgende lagere standaard zekeringsterkte: min. 15 A (23) - MCA / MFA : MCA = 1,25 x FLA (FM1) + FLA (FM2); MFA <= 4 x FLA; volgende lagere standaard zekeringsterkte: min. 15 A
  (24) - Kies een draaddikte op basis van de MCA-waarde (24) - Kies een draaddikte op basis van de MCA-waarde (24) - Kies een draaddikte op basis van de MCA-waarde
  (25) - Gebruik een stroomonderbreker in plaats van een zekering (25) - Gebruik een stroomonderbreker in plaats van een zekering (25) - Gebruik een stroomonderbreker in plaats van een zekering
  (26) - Bij 80% RV (26) - Bij 80% RV (26) - Bij 80% RV
  (27) - Specificaties gemeten bij ventilatorcurve 8 (fabrieksinstellingen) (27) - Specificaties gemeten bij ventilatorcurve 8 (fabrieksinstellingen) (27) - Specificaties gemeten bij ventilatorcurve 8 (fabrieksinstellingen)